Wat 25 jaar samenwerken voor de Gelderse ondergrond oplevert
“De bodem is het begin van alles,” zegt Pascal Lunshof, beleidsadviseur bodem bij Omgevingsdienst Veluwe. Hij is al jaren betrokken bij het Gelders Ondergrond Overleg (GOO), een netwerkorganisatie waarin gemeenten, omgevingsdiensten en provincie samen optrekken. Dagelijks ziet hij wat ruim 25 jaar samenwerking oplevert.
Hoe is het GOO ontstaan?
Het GOO ontstond na de eerste grote bodemproblemen in de jaren tachtig. In die tijd bleek een nieuwbouwwijk met ongeveer 300 woningen in Lekkerkerk te zijn gebouwd op sterk verontreinigde grond. De bodem moest worden afgegraven en er zijn honderden vaten met chemisch afval uit de grond verwijderd. Toen werd duidelijk dat bescherming van de bodem oplossingen nodig had die om samenwerking vroegen. Zo ontstond ruim 25 jaar geleden het Gelders Bodemberaad waar vooral gemeenten in overlegden. Later groeide dit uit tot het huidige Gelders Ondergrond Overleg, waarin nu omgevingsdiensten, provincie en gemeenten samenwerken.
Voor Pascal zit de kracht van het GOO in het delen van kennis en ervaring. “Je hoeft niet steeds zelf het wiel uit te vinden. Iedereen loopt tegen vergelijkbare bodemvragen aan en dan is het heel fijn dat je een netwerk hebt waarmee je kunt sparren,” zegt hij.
Van losse overleggen naar een stevig programma
In de beginjaren was het GOO vooral een pioniersclub die ervaringen uitwisselde: wat kom jij tegen, waar loop jij tegenaan? Inmiddels is het overleg veel beter georganiseerd en werkt het met een jaarplan en vaste werkgroepen, bijvoorbeeld voor de Omgevingswet, planregels, data en toezicht.
Pascal zit in het strategisch overleg, het kleine team dat de lijnen uitzet en het jaarprogramma opstelt. Daarnaast zijn er tijdelijke werkgroepen die voor een bepaalde periode een concreet product opleveren, zoals nieuwe regels of een aanpak voor een specifiek bodemthema.
Wat levert ruim 25 jaar samenwerken op?
De lijst met resultaten is lang. Een aantal concrete opbrengsten:
- Eén provinciedekkend bodeminformatiesysteem
Voor de oprichting van het GOO had elke gemeente zijn eigen systeem, met een eigen manier van registreren. Nu is er een gedeeld bodeminformatiesysteem voor heel Gelderland, met een gezamenlijk invoerprotocol zodat iedereen op dezelfde manier gegevens invoert. Dat maakt het makkelijker om onderzoek, saneringen en bodemkwaliteit in beeld te krijgen en daar beleid op te maken.
- Gezamenlijke voorbeeldregels voor de Omgevingswet
In het kader van de Omgevingswet heeft het GOO een vrijwel complete set voorbeeldregels voor bodem opgesteld. Gelderse gemeenten kunnen hieruit kiezen en deze regels overnemen in hun omgevingsplan, eventueel met eigen accenten voor bepaalde gebieden of stoffen. Volgens Pascal is dat een belangrijk resultaat: “We hebben met elkaar een 90 procent versie van de bodemregels gemaakt. Gemeenten krijgen zo een complete set aangereikt en hoeven niet allemaal zelf te beginnen.”
- Praktische producten voor de uitvoering
Binnen het GOO wordt gewerkt aan praktische hulpmiddelen, zoals kaarten met aandachtlocaties voor bepaalde stoffen en een brochure over regels voor het gebruik, hergebruik en verplaatsen van grond. Die zijn bedoeld voor projectleiders, aannemers, loonwerkers en bodemadviseurs zelf, zodat iedereen snel ziet wat kan en wat niet.
Samen werken aan grote maatschappelijke opgaven
Bodem en ondergrond spelen een grote rol bij thema’s als klimaatadaptatie, woningbouw, landbouw en gezondheid. Pascal: “Ze zeggen altijd: de bodem is het begin van alles. Alles begint bij hoe je waterhuishouding en bodem zijn. Dat is belangrijk voor wonen, werken maar ook voor ons eten.”
Het GOO helpt om deze opgaven samen aan te pakken. Zo wordt in Gelderland gewerkt aan het programma ‘Water en Bodem Sturend’, waarbij gemeenten hulp kunnen vragen om dit in hun eigen visie en plannen op te nemen. Ook nieuwe opgaven als PFAS, secundaire bouwstoffen, klei op zand en microplastics komen in het netwerk aan bod. Vaak starten pilots in één of enkele gemeenten, waarna de kennis breder in Gelderland wordt gedeeld.
Altijd een sparringpartner
Voor Pascal is het netwerk ook persoonlijk van grote waarde. Als hij een vraag heeft over bijvoorbeeld PFAS of staalslakken, belt hij snel een collega van een andere omgevingsdienst die bij dit onderwerp betrokken is en weet wat de laatste stand van zaken is. “Het is handig dat je zo’n groot netwerk hebt. Je vindt niet altijd intern een sparringpartner, maar via het GOO is er bijna altijd iemand die met je mee kan denken,” vertelt hij.
Blik vooruit: bodem als uitgangspunt
De komende jaren ziet Pascal veel nieuwe onderwerpen op het GOO afkomen: nieuwe stoffen, strengere Europese regels, meer aandacht voor biodiversiteit en de kwaliteit van de ondergrond. Ook ontwikkelingen als ‘klei op zand’ (klei aanbrengen op zandgronden om de bodem te verbeteren) en het omgaan met microplastics vragen om een gezamenlijke aanpak.
Daarbij blijft één boodschap voor hem centraal: bodem en ondergrond moeten eerder en zwaarder worden meegewogen bij keuzes over bouwen, landbouw, energie en infrastructuur. “De bodem is het begin van alles. Je moet breed kijken naar wat er allemaal speelt, niet alleen naar verontreiniging maar ook naar biodiversiteit en water. Als we dat samen blijven doen, kunnen we echt het verschil maken,” besluit hij.
