Mantelzorg of familiewoning op eigen erf: regels verruimd
De overheid wil het makkelijker maken om op het eigen erf een mantelzorgwoning of familiewoning te realiseren. Dit kan een oplossing zijn voor mensen die zo lang mogelijk in hun eigen omgeving willen blijven wonen en voor kinderen die geen betaalbare woning kunnen vinden. Het besluit dat deze verruiming regelt, het Besluit versterking regie volkshuisvesting, treedt naar verwachting op 1 januari 2027 in werking.
Meer mogelijkheden voor wonen op eigen erf
Nu al zijn er mogelijkheden om een mantelzorgwoning op het eigen erf te plaatsen. Soms kan dat zonder vergunning, soms is een omgevingsvergunning nodig. De nieuwe landelijke regels verruimen deze mogelijkheden.
De nieuwe regeling biedt ruimte voor:
- mantelzorgsituaties
- pre mantelzorg, waarbij je alvast een woning plaatst met het oog op toekomstige zorg
- eerstegraads familieleden, zoals ouders, kinderen, adoptie en pleegkinderen
- kinderen die tijdelijk geen passende woonruimte kunnen vinden
- ouders die dichtbij hun kinderen willen wonen
Hierdoor ontstaat een bredere groep vergunningvrije woonvormen die beter aansluit bij de huidige woningmarkt en de groeiende behoefte aan zorg en ondersteuning binnen families.
Wat verandert er vanaf 1 januari 2027?
De belangrijkste wijziging is dat niet alleen mantelzorgwoningen, maar ook familiewoningen onder voorwaarden vergunningvrij kunnen worden gebouwd. De nieuwe regels brengen een paar belangrijke veranderingen mee.
- Familiewoningen kunnen vergunningvrij zijn
Het wordt mogelijk om een woning op het eigen achtererf te realiseren voor eerstegraads familieleden, zoals ouders, kinderen, adoptie en pleegkinderen. Daarvoor is geen zorgrelatie of mantelzorgsituatie meer nodig. Dit biedt bijvoorbeeld kansen voor ouders die dichtbij hun kinderen willen wonen of voor kinderen die tijdelijk geen passende woning kunnen vinden. - Mantelzorgverklaring niet langer verplicht
Bij vergunningvrije mantelzorgwoningen speelde de mantelzorgverklaring vaak een belangrijke rol. Met de nieuwe regeling vervalt deze eis. De zorgsituatie hoeft niet langer via een officiële verklaring te worden aangetoond. Dat maakt de stap naar een mantelzorgwoning kleiner. - Meer landelijke duidelijkheid
Gemeenten hadden tot nu toe veel ruimte voor eigen beleid rond mantelzorgwoningen. Daardoor konden de regels per gemeente verschillen. Met de nieuwe wet komt er meer landelijke duidelijkheid. Dat maakt de mogelijkheden voorspelbaarder voor inwoners en initiatiefnemers. - Meerdere woningen op één erf
Onder voorwaarden wordt het mogelijk om meerdere vergunningvrije woningen op één erf te realiseren. Bijvoorbeeld als zowel een zorgbehoevende ouder als een kind op hetzelfde perceel wonen. Daarbij blijft wel gelden dat de totale bebouwing binnen de toegestane grenzen moet blijven.
Vergunningvrij betekent niet regelvrij
Vergunningvrij bouwen betekent niet dat er geen regels meer zijn. Ook onder de nieuwe wet gelden voorwaarden, onder andere voor:
- de locatie van de woning op het erf
- de maximale oppervlakte
- de bouwhoogte
- technische bouwvoorschriften
Daarnaast moet een woning voldoen aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Denk aan brandveiligheid, constructieve veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Het uitgangspunt blijft dat de woning wordt gebouwd op het achtererf van een bestaande woning.
Let op het Omgevingsplan
Hoewel de nieuwe regels meer mogelijkheden bieden voor vergunningvrij bouwen, is niet iedere locatie geschikt. De ruimtelijke situatie op het erf blijft belangrijk. Bij plannen voor een mantelzorgwoning, pre mantelzorgwoning of familiewoning is het verstandig om vooraf goed te onderzoeken:
- wat er op uw locatie mogelijk is
- welke regels in het Omgevingsplan gelden
- of aanvullende procedures nodig zijn
Niet elk perceel heeft dezelfde kansen. De ligging van het erf, bestaande bebouwing en lokale ruimtelijke regels kunnen invloed hebben op de haalbaarheid van uw plan.
Meer weten?
Denkt u aan een mantelzorgwoning of familiewoning op uw erf en wilt u weten wat er kan? Kijk dan op de website van de Rijksoverheid of op de website van uw gemeente.
